Plaisir d'amour

Uit het blog

Duo Interview

Anouk en Jos interviewen elkaar over Plaisir d’amour.

Eerst hoe de twee elkaar ontdekt hebben:
Anouk: Ik heb een jaartje in de groep ‘ Wild Geese’ gespeeld. Die groep wisselt nogal eens van spelers, en in dat jaar dat ik meespeelde werden vooral violisten steeds vervangen. Toen ik zelf besloten had om weg te gaan, was er vlak voor een concert nog een repetitie met een nieuwe violist, dat was jij. Ik weet nog dat ik dacht ‘met hem zou ik best samen willen spelen’ en dat daardoor mijn besluit om te stoppen even aan het wankelen gebracht werd, maar ik ben toch gestopt. Een half jaar later ging het toch kriebelen en heb ik jou gevraagd of jij het zag zitten om met mij een duo te beginnen.
Jos: ‘Wild Geese’ was een aardige band, maar toch vooral ‘keltische gestampte pot’. Ik hield het daarom na korte tijd voor gezien. Dat je na mijn eerste optreden met die band al stopte was een zeperd; je was een lichtpuntje. Niet zo hoorbaar in al het geweld van de rest, maar toch. Jouw voorstel een duo te beginnen was voor mij een geschenk uit de hemel, zeker nu ik erop terugkijk. Je bent een onderlegde, supermuzikale collega! En een supercollegiale.

 

Over de muziekinstrumenten binnen het duo:
Jos: Haakjesharp, Keltische harp, folkharp: je speelt veel folk, traditioneel en zelf gecomponeerd. Is je harp echt een ‘folkharp’? Of een ‘Keltische’ harp? Is het woord haakjesharp beladen?

Anouk: Dat vind ik een moeilijke vraag. Ik denk eigenlijk dat ‘folkharp’ of ‘Keltische harp’ vooral ook iets zegt over hoe het instrument ingezet wordt en te maken heeft met een klankbeeld dat bij deze muziek hoort. Er zit in die benamingen bovendien een soort esthetisch beeld van een kleinere harp, zonder hoge zuil zoals die bij de pedaalharp gebruikelijk is.
Haakjesharp is een term die volledig de lading dekt: we zeggen niet voor niets ook pedaalharp. De term haalt wel meteen alle romantiek van het instrument weg, en dat vind ik wel jammer. Ik zeg graag folkharp, om me verbonden te voelen met een traditie van folkharpisten.

Jos: Nog even daarop verder gaand: je bent opgeleid tot concertharpiste, aan het conservatorium. Waarom kies je in Plaisir d’amour nadrukkelijk voor de haakjesharp?
Anouk: De klank van beide instrumenten is echt anders, en voor mij is de beleving van het spelen ook anders. Ik heb eens iemand horen zeggen ‘bij een pedaalharp zit je achter een soort machine’, en daar kan ik me wel enigszins in vinden. Begrijp me niet verkeerd, ik speel nog steeds pedaalharp en doe dat ook met plezier, maar het contact met mijn keltische harp voelt gewoon directer. De harp is kleiner, dat is natuurlijk heel fijn bij het vervoer, maar werkt ook uitnodigend voor het publiek en voor mijzelf.  Daarbij vind ik het een ontzettend leuke uitdaging om juist dingen die moeilijk liggen vanwege de haakjes zo te arrangeren dat ze wel te spelen zijn, ook als dat betekent dat je veel om moet zetten tijdens het spelen.
Jos: voor mij was alles met harp nieuw. Ik had vroeger een soort cliché-beeld van harp: een monumentaal engelen-instrument, met wel héél erg veel arpeggio’s. Door de folkharp en door jouw manier van spelen is dat radicaal gekanteld.

Anouk: Jos, binnen Plaisir d’amour speel je niet alleen viool, maar ook viola d’amore en strijkpsalter. Kun je er iets over vertellen? Wat is bijvoorbeeld het grote verschil tussen viool en viola d’amore? En waarop baseer je de keuze voor een van de instrumenten in een bepaald stuk?
Jos: De amore is bekend uit de 17e en 18e eeuw, heeft zeven snaren plus een aantal resonantiesnaren. Nou ja, bekend – toen was het instrument óók een rariteit. De klank vind ik absoluut hemels. De amore is bescheiden en daarom goed bij zangbegeleiding. Net als het strijkpsalter, een soort strijk-harpje. Maar de viool blijft echt mijn instrument. Daar kan ik al mijn gevoel en al mijn nogal ongebruikelijke speeltechnieken inleggen. Ik ben één met mijn viool. Eigenlijk is ‘viool’ niet het goede woord: het instrument heeft niet vier maar vijf snaren, en het is iets groter dan een doorsnee viool.

Iets anders: misschien maakt het instrument dat je speelt je wel tot een andere muzikant dan mij?
 Anouk: Ja, dat denk ik wel. Ik merk dat jij je viool echt als stem ziet. Je hebt heel direct contact met de tonen, je bepaalt de toonhoogte met je vingers, dus de afstanden die je voelt geven een extra dimensie aan de beleving van de toonladders en toonsoorten. Die extra dimensie missen wij harpisten denk ik op de harp, doordat alle tonen voor onze vingers even ver van elkaar liggen.
Jos: Ja, als violist voel je de stappen binnen een toonladder. Voor een hele toon moet je je twee vingers verder uit elkaar zetten dan voor een halve. Daardoor beleef je precies hoe een toonsoort in elkaar zit. Maar dat de viool mijn stem is is belangrijker. Ik maak de toon met twee handen, met de vinger maar vooral ook met de strijkstok, en kan de toon voortdurend beïnvloeden. Dat is bij de harp minder. Maar op allebei de instrumenten ‘pak’ je de toon en de muziek rechtstreeks met je handen.
Jos: Op de CD zijn niet alleen onze strijkinstrumenten en harp te horen. We zingen er ook een aantal nummers op. We moeten maar eens vertellen: hoe is dit zo gekomen?
Anouk: Door ons zoeken naar afwisseling. Voor onszelf, maar ook voor het publiek. Een klassiek publiek vindt een hele avond instrumentaal prima; die mensen gaan immers ook naar een concert van bv. een strijkkwartet. Maar in pop, en zelfs in folk, bestaat de muziek grotendeels uit liedjes.
Jos: We hebben daarom eerst met een zangeres gewerkt met wie ik ooit samenspeelde. Maar jij en ik zijn zo’n eenheid, daar past niemand tussen. Dus moeten we het zelf doen. Spannend, want van huis uit zijn we geen zangers.

Over het leeftijdsverschil (u mag zelf raden hoe groot dat is!):
Jos: we schelen een hele generatie. Wat betekent dat voor jou voor onze samenwerking?
Anouk: eh… niet zo veel? Je gebruikt af en toe wat ouderwetsere woorden, dat krijg je met iemand die van taal houdt, maar ik heb niet het gevoel dat we echt een generatie schelen. We voelen elkaar meestal wel goed aan en ik ben me er dan ook niet zo van bewust dat er een groot leeftijdsverschil tussen ons is. Maar zo af en toe merk je het wel natuurlijk, als jij bijvoorbeeld vertelt dat je bij de bezetting van het Maagdenhuis was in 1961, dan voel ik wel dat er wat leeftijdsverschil tussen ons zit.
Waar ik me wel erg bewust van ben is van alles wat jij bereikt hebt in je leven en dat je toch echt bekend bent in de folkwereld. Ik heb erg veel respect voor jouw kennis en vaardigheid en het voelt echt als een eer om met zo’n fijne muzikant samen te kunnen spelen.
Jos: Tja, ik ben heel blij met mijn door de decennia opgebouwde muziekinzicht en handigheid, maar ik vind het een voorrecht om met jongere profi’s zoals jij te kunnen spelen. En jouw vaardigheid en enthousiasme is voor mij een sterke stimulans. Voor mij ben je een van mijn beste vriendinnen. Ik heb geen geheimen voor je. Vriendschap heb ik altijd met collega’s nodig gehad en bij ons is dat heel sterk.

Anouk: Jij hebt al een heel leven als beroepsmuzikant achter je, en bent ook al die jaren actief geweest in de folkscene van Nederland. Je hebt daarbij in verschillende groepen gespeeld, is het anders om in een duo te spelen dan in een groep? Wat maakt Plaisir d’amour voor jou speciaal?
Jos: Een duo is zeker anders. Je kunt je muzikaal niet achter anderen verschuilen, je staat er gewoon open en bloot. En in de samenwerking vraagt een duo om gelijkwaardigheid, en om eerlijkheid over wat je zelf wilt en hoe je de ander ervaart. Dit geldt natuurlijk voor elk goed lopend duo, maar met Plaisir d’amour heb ik een duo met een muzikaal gelijk gestemd, hartelijke collega met een stevige bagage!

 

En dan het repertoire. Twee uitgesproken muzikanten, met zoveel verschillen, dan geldt toch ook: smaken verschillen?
Anouk: We houden allebei van folk en hebben ook beiden ook ervaring met het spelen van verschillende stijlen. We komen met ideeën en kijken of de ander die stukken ook ziet zitten, als dat het geval is dan beginnen we er aan. Jij hebt natuurlijk een grote inbreng, omdat je zo veel jaren ervaring hebt én net wat meer tijd om dingen uit te werken. Daarbij spelen we ook een aantal van jouw composities. Die liggen niet altijd gemakkelijk in het gehoor, dan kan het soms wel even duren voordat ik helemaal voor een stuk wil gaan. Maar jouw enthousiasme werkt meestal aanstekelijk en ik weet van mezelf dat ik van muziek ga houden als ik de nuances ontdek, die zoek ik dan dus ook bewust op.
Jos: ik vind het heerlijk om arrangementen voor ons te maken, dus ik draag van alles aan. Dan blijkt: in de praktijk vinden we vaak dezelfde dingen mooi of leuk. En heerlijk: je bent ook nooit te beroerd om mijn veeleisende arrangementen aan te pakken!

De muziek van Plaisir d’amour  is nogal uiteenlopend. Nederlands, Duits, Zweeds, Noors, Bretons, Iers, Schots, eigen werk, liederen. Op zoek naar een gemeenschappelijke noemer:
Jos: Eigenzinnig, uitdagend en eclectisch.
Anouk: Soms dramatisch, andere keren meeslepend, maar altijd muziek die je raakt.

De CD heet Nachtvlucht, net als een van de tracks:
Jos: ik heb jaren op schepen van de ‘bruine vloot’ gespeeld, feestschepen. Ieder zat dan binnen, in de rook en de drank. Elke pauze ging ik aan dek, uitkijken over zee. Soms aan de schemerhorizon een lange rij vogels. Dát is Nachtvlucht.

De CD is net uit, Plaisir d’amour begint aan een tour ter promotie en werkt al weer verder aan nieuw materiaal. Hoe ziet de toekomst er uit?
Anouk: In elk geval Nederlands repertoire erbij.
Jos: Ik leid ensembles die daar helemaal in gespecialiseerd zijn.
Anouk: We hebben ook wat klezmer op stapel staan en ik ben ook muziek voor ons aan het componeren.

Have your say